Laagfrequent geluid windturbines slecht voor gezondheid?

Laagfrequent geluid windturbines slecht voor gezondheid?

De gemeenteraad heeft een bestemmingsplan vastgesteld voor het mogelijk maken van 3 windturbines en een inkoopstation. De windturbines hebben een maximale tiphoogte van 200 meter.

Appellanten betogen in beroep onder meer dat de in de planregels opgenomen normen van ten hoogste 47 dB Lden en 41 dB Lnight op de gevel van gevoelige gebouwen en bij gevoelige terreinen onvoldoende bescherming bieden tegen de gevolgen van laagfrequent geluid en infrasoon geluid voor de gezondheid.

De raad stelt dat er geen algemeen geaccepteerd normstelsel voorhanden is waarmee hinder van laagfrequent geluid kan worden geobjectiveerd. Windturbines stralen, net als de meeste geluidbronnen, ook laagfrequent geluid uit. Het RIVM heeft op verzoek van de GGD de invloed op de beleving en gezondheid van omwonenden door windturbines onderzocht. Uit dat onderzoek volgt dat windturbines weliswaar laagfrequent geluid produceren, maar dat er geen bewijs bestaat dat dit een factor van belang is. Er is geen aparte beoordeling nodig bovenop de bescherming die de A-gewogen normstelling op basis van de dosis-effectrelatie reeds biedt. De mate van bescherming en de normering zijn eveneens beschouwd in een literatuuronderzoek naar laagfrequent geluid van windturbines van Agentschap NL. Ook in dat onderzoek zijn er geen aanwijzingen gevonden dat het aandeel laagfrequent geluid een bijzondere dan wel belangrijke rol speelt. Lees meer in r.o. 31.1 van uitspraak ABRS 2 oktober 2019, no. 201809473/1/R1.

Zonneladder bij aanvraag voor zonneakker

Zonneladder bij aanvraag voor zonneakker

De gemeente heeft een bestemmingsplan vastgesteld voor het mogelijk maken van een zonnepark van zo’n 59 hectare. Daarnaast heeft de gemeente een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van de zonnepanelen. Een natuurorganisatie kan niet instemmen met deze ontwikkeling. Volgens hen is de ontwikkeling in strijd met de provinciale omgevingsverordening.

De betreffende verordening bepaalt onder meer dat een dergelijk plan moet voldoen aan de zonneladder. Volgens de natuurorganisatie is er voldoende ruimte op bestaande daken beschikbaar en is die mogelijkheid niet onderzocht. Lees de interessante overweging over de provinciale zonneladder in rechtsoverweging 8 e.v. van deze uitspraak: ABRS 23 oktober 2019.

 

Gasloos bouwen niet in bestemmingsplan

Gasloos bouwen niet regelen in bestemmingsplan

Met een bestemmingsplan voor de gemeente Soest worden zo’n 300 woningen mogelijk gemaakt. Appellanten betogen in beroep onder meer dat het voornemen om gasloos te bouwen in het bestemmingsplan had moeten worden geregeld en gewaarborgd.

De Afdeling is het hier niet mee eens en is van oordeel “dat de raad in redelijkheid heeft kunnen afzien om in het plan vast te leggen dat gasloos zal worden gebouwd in het plangebied. De invulling van gronden met leidingen die al dan niet geschikt zijn voor het transporteren van gas betreft primair de uitvoering van het plan hetgeen in deze procedure niet aan de orde kan komen. De betogen falen. Overigens is op 9 april 2018 (…) de wet tot wijziging van de Elektriciteitswet 1998 en van de Gaswet (voortgang energietransitie) in werking getreden. Op grond van deze wet zullen nieuwbouwprojecten in principe gasloos gebouwd moeten worden waartoe onder meer ook het Bouwbesluit 2012 is gewijzigd.”

Lees meer in r.o. 7 van uitspraak ABRS 17 april 2019, no. 201801652/1/R2.

 

Zonne-akkers als verdienmodel voor boeren

Zonne-akkers als verdienmodel voor boeren

Voor de agrarische sector biedt de energietransitie weer allerlei mogelijkheden voor nieuwe inkomsten. En dat is hard nodig. Persoonlijk vind ik dat erg mooi. Een ontwikkeling waar men eerst erg tegen op ziet en die later weer allerlei openingen en mogelijkheden lijkt te bieden. Uiteraard hebben zonne-akkers in het landschap ook weer allerlei nadelen. Eerlijk gezegd denk ik ook dat we moeten wennen dat de transitie in het zicht merkbaar is. We zijn gewend dat we dit niet te zien, veel pijpen en leidingen lopen immers via de ondergrond.

Door de politiek worden er allerlei vragen gesteld over deze zichtbare transitie, en dan met name in het buitengebied. Men vreest dat landbouwgrond zal verdwijnen en dat zonneparken negatieve gevolgen zullen hebben voor de natuur. In een brief van 23 augustus 2019 worden vragen beantwoord door de Minister van kamerleden die om regie vanuit het Rijk hebben gevraagd. Bijvoorbeeld door ruimtelijke instrumenten in te zetten, zoals vanuit de komende Omgevingswet.

In de brief wordt onder meer vermeld dat het aantal zonneparken in Nederland nu ongeveer 300 bedraagt. Zonneparken schijnen als fenomeen harder te groeien dan zonnepanelen op het dak. Lees meer over deze interessante ontwikkeling in de brief.

Windturbine geen ondergeschikte afwijking bestemmingsplan

Windturbine geen ondergeschikte afwijking bestemmingsplan

In een bestemmingsplan is een afwijkingsmogelijkheid opgenomen voor het mogelijk maken van solitaire windturbines op bedrijfspercelen. De raad heeft als reden gegeven dat zij geen grootschalige windparken wil toestaan, maar wel wil meewerken aan kleinschalige windturbines op een bedrijfsperceel ten behoeve van de opwekking van energie. De raad heeft om die reden een afwijkingsmogelijkheid opgenomen in de planregels van het bestemmingsplan voor (agrarische) bedrijfspercelen.

De Afdeling overweegt als volgt: “Op grond van artikel 3.6, eerste lid, aanhef en onder c van de Wet ruimtelijke ordening, kan in een bestemmingsplan worden bepaald dat met in achtneming van de bij het plan te geven regels bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van bij het plan aan te geven regels. Deze afwijking kan alleen een ondergeschikte afwijking van de planregels betreffen. De raad heeft in het plan bewust de keuze gemaakt om solitaire windturbines op bedrijfspercelen in het buitengebied (…) niet bij recht mogelijk te maken. Een voorziening zoals een windturbine wordt dan ook niet expliciet of onder een algemene noemer in de doeleindenomschrijving van de betrokken bestemmingen (…) genoemd. Omdat uit de doeleindenomschrijving van de betrokken bestemmingen niet volgt dat de betreffende gronden mogen worden benut voor een windturbine leidt de toepassing van de afwijkingsbevoegdheid niet tot een ondergeschikte afwijking van de planregels. De raad had dan ook moeten onderkennen dat de voorziene windturbines op bedrijfspercelen niet met een afwijkingsregeling mogelijk kunnen worden gemaakt. (…).” Zie uitspraak ABRS 15 mei 2019, no. 201704886/1/R2.

De Afdeling overweegt tot slot nog in r.o. 15 dat de raad dit mogelijk had kunnen maken met een wijzigingsbevoegdheid.

windturbine niet ondergeschikt

 

Reflectie zonnepanelen

Reflectie zonnepanelenreflectie zonnepanelen

Het college van B&W heeft een omgevingsvergunning verleend voor de realisatie van een zonnepark van zo’n 26.000 zonnepanelen.

Appellant vreest een aantasting van zijn woon- en leefklimaat als gevolg van reflectie van de vergunde zonnepanelen.

De rechtbank had eerder overwogen dat aan één zijde van de bovenverdieping van het woongebouw 4929 lichtinvallen gedurende een jaar in de ochtend voorkomen en 828 lichtinvallen ten aanzien van de andere zijde. Naar het oordeel van de rechtbank “volgt echter afdoende uit het rapport dat bij het merendeel van de lichtinval directe zonnestraling van de lage zon simultaan het gebouw treft vanuit dezelfde richting als de reflectiestraal. Doordat deze natuurlijke zonnestraling aanzienlijk groter is dan de reflectie-impact van het geplande zonnepark, kan daarom de hinder van reflectie grotendeels overstemd worden door, of opgaan in, de hinder van de directe zonnestraling. 

Verder is de rechtbank van oordeel dat overige reflecties richting de bovenverdieping van het gebouw dusdanig beperkt zijn, daarbij in acht nemende dat deze uitsluitend in de ochtend plaatsvinden en totaal (na berekening van de bewolktheidskans) niet meer dan 7,35 uur per jaar bedraagt, dat hierdoor geen dusdanige hinder zal optreden voor appellant dat van het verlenen van de omgevingsvergunning had moeten worden afgezien.” De Afdeling is het met de afweging van de rechtbank eens.

Lees meer in uitspraak ABRS 8 mei 2019, no. 201809430/1/A1.

Maximale geluidbelasting windturbine

Maximale geluidbelasting windturbine vastleggen in planregels bestemmingsplan

Het bestemmingsplan maakt de ontwikkeling mogelijk voor een windmolenpark van 4 windturbines. De windturbines worden in een lijnopstelling geplaatst over een afstand van ongeveer 1,2 km. De tiphoogte van de windturbines is ongeveer 150 m. Het type windturbine is niet in het bestemmingsplan vastgelegd.

Appellanten voeren aan dat in het bestemmingsplan ten onrechte niet het type windturbine is vastgesteld. In het akoestisch onderzoek is namelijk uitgegaan van een bepaald type windturbine. Op basis daarvan is de maximale geluidbelasting berekend.

De raad heeft toegelicht dat er geen type windturbine in het plan is vastgelegd omdat de ontwikkelingen op het gebied van windturbines zo snel gaan dat een in het plan vastgelegd type ten tijde van de uitvoering van het plan alweer verouderd kan zijn. De milieugevolgen zullen volgens de raad echter nooit groter zijn dan die in de MER zijn berekend voor het voorkeursalternatief. Dit is volgens de raad geborgd via de aanvraag om omgevingsvergunning.

De Afdeling stelt vast dat in de planregels niet is vastgelegd wat de maximale geluidbelasting mag zijn. Appellanten voeren derhalve terecht aan dat niet in de planregels is geborgd dat de in de MER voor het voorkeursalternatief berekende geluidbelasting niet zal worden overschreden. (…).

Zie uitspraak ABRS 17 april 2019.

geluid windturbine