Zonnepark is geen stedelijke ontwikkeling

Zonnepark is geen stedelijke ontwikkeling

De gemeente heeft een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een zonnepark. Het perceel wordt omgrensd door een woonwijk in het westen, een industrieterrein in het noordwesten en agrarische gronden. Het perceel is circa 14 hectare groot en is op dit moment in gebruik als landbouwgrond.

Er zal op 9 hectare elektriciteit worden opgewekt. Het gaat om zonnepanelen in een zuidopstelling die een hoogte hebben van 2,6 m, omgeven door een hekwerk. Daarnaast wordt er een aantal gebouwen opgericht om technische installaties in onder te brengen en wordt er een toegangsweg aangelegd.

Appellanten wonen op ongeveer 100 à 150 m afstand van het aan te leggen zonnepark en zullen daarop zicht hebben.

Het project is in strijd met het geldende bestemmingsplan. Het college heeft besloten om aan het project mee te werken door met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 3º, van de Wabo, van het bestemmingsplan af te wijken door omgevingsvergunning te verlenen voor de activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c van de Wabo.

Appellanten betogen dat de rechtbank niet heeft onderkend dat een zonnepark kan worden aangemerkt als een andere stedelijke voorziening als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i van het Bro. Zij voeren aan dat de definitie van stedelijke ontwikkeling in dit artikel betrekking heeft op de aanleg van voorzieningen die resulteren in een groot percentage (meer dan 50%) bedekking van het bodemoppervlak.

De Raad van State overweegt als volgt: “Uit overweging 6.2 van de uitspraak van 28 juni 2017, (…), blijkt dat de Afdeling diverse voorzieningen op het gebied van energieopwekking en -distributie niet als stedelijke ontwikkeling heeft aangemerkt. Genoemd worden: een hoogspanningsverbinding, een windturbinepark en een transformatorstation. Naar het oordeel van de Afdeling is er geen aanleiding voor een andere benadering met betrekking tot een zonnepark, dat naar zijn aard niet wezenlijk verschilt van een windturbinepark. Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat een zonnepark, net als een windturbinepark, zich bij uitstek niet goed leent om binnen bestaand stedelijk gebied te worden gerealiseerd. De toepasselijkheid van de ladder voor duurzame verstedelijking als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid Bro, op een dergelijke voorziening zou daarentegen juist tot gevolg hebben dat het bevoegde bestuursorgaan telkens zou moeten motiveren waarom deze voorziening niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien. Dit vindt de Afdeling in het licht van het doel en de strekking van de ladder voor duurzame verstedelijking een onlogische consequentie. (…). Lees meer in uitspraak 23 januari 2019, no. 201804681/1/A1.

Zonnepanelen worden ingepast in bestaand landschap – (…) Door middel van beplanting wordt op het hogere deel ingespeeld door een hogere houtwal en op het lagere deel door lagere rietbeplanting. Het college heeft verder toegelicht dat het zonnepark en de toe te voegen landschapselelementen de lijnen volgen van het oorspronkelijke landschap. De hogere es is ruimtelijk gerespecteerd en als bufferzone bewust niet ingevuld met zonnepanelen. Door het terugbrengen van de houtwal wordt het landschapsbeeld versterkt, aldus het college. 

Zie ook een meer recente uitspraak die bovengenoemde lijn nog een bevestigt, ABRS 23 oktober 2019, no. 201810067/1/R3.

zonnepark

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s